Pippipeuter

De wereld was een speelveld, vol mogelijkheden om te ontdekken. Ze leek een beetje op Pippi, toen ze klein was. Een kleine Pippipeuter, met stralend blauwe ogen, twee vlechtjes en bij voorkeur roze kleren. Ze stapte op alles en iedereen af, altijd bereid tot het maken van een praatje of het stellen van vragen. Ingewikkelde vragen over de zin van het leven, of over het “waarom”. Ze zong altijd, zodra de dag begon, startte zij met zingen. En ze was regelmatig ‘kwijt’ in winkels, of gewoon hier in de buurt: er was zoveel te ontdekken. Dochter was een intense peuter: heel blij, heel vrolijk, heel boos, heel verdrietig, regelmatig heel moe en bij tijd en wijle: heel ziek.

Van haar vakantie heeft ze er inmiddels 5 weken opzitten. En langzaam zie ik Pippi weer terugkeren. Ze zingt. Ze speelt piano en oefent iets op de gitaar. Ze danst over straat, maakt pirouettes en radslagen. Ze verwondert zich over mooie natuur, lieve huisjes waar ze later zou kunnen wonen, aait hondjes die aan haar been komen snuffelen en geniet, maakt plannen. “Ik zou graag meer tekenen, zingen, knutselen, naar het museum, bramen plukken, appeltaarten bakken….”

Ik geniet, van mijn Pippi. En hoop dat ze dit vast kan houden.

Advertenties

Kattenvriendjes

Zoon was 13. Hij ging een aantal dagen logeren bij een (oud)schoolvriendje in het zuiden van het land. Ik laadde hem met al zijn spullen in de auto en reed anderhalf uur naar vriendje en zijn moeder. Ze wachtte ons blij op, met warme broodjes en thee. Na de lunch knuffelde ik Zoon en reed anderhalf uur terug naar huis. Aan het einde van de week zou ik hem weer ophalen. Thuisgekomen, maakte ik eten klaar voor Man, Dochter en mezelf en terwijl ik in de pannen roerde, ging de telefoon. Zoon leek last te hebben van een kattenallergie. Of we daar bekend mee waren? En of we hem konden ophalen…. Haastig at ik mijn eten en sprong ik in de auto om Zoon weer op te gaan halen. Ik trof hem buiten aan met dikke, rode ogen. Het vriendje had zijn tas gepakt en klom naast Zoon in de auto. De logeerpartij verplaatste zich naar ons huis. Zoon bleek een flinke kattenallergie te hebben. De 5 katten in het huis van zijn vriendje waren wat veel van het goede. Als hij nu een kat ruikt, begint hij vast te niezen. Ik moest er flink wat kilometers voor rijden om erachter te komen…. Ik heb zelf een allergie voor honden, net zo heftig als Zoon zijn kattenallergie. Dochter is voor alles een beetje allergisch. Dat maakte de keuze voor huisdieren beperkt: goudvissen, guppies en een konijn in de tuin. Dochter vindt het weleens lastig en mist een diertje om te knuffelen.

Ik zat vorige week op de veranda van onze stacaravan in Kroatië. Ik was aan het lezen en hoorde ineens allemaal geluidjes. Nieuwsgierig keek ik over het randje om te zien wat ik hoorde. Een hele kleine kitten huppelde voorbij, gevolgd door nog eentje. Ze rolden samen over de grond, klommen in de boom, vingen elkaars staart en verdwenen weer. Even later waren ze er weer: 5 kleine kittens…. Gelukkig kwamen ze de volgende dag terug toen Dochter ook ‘thuis’ was. Volkomen vertedert bij het zien van zoveel schattigs, hing ze over het randje van de veranda. Zooo lief….zooo klein….zooo schattig…..zooo mager…..en zooo schuw. Dochter wierp zich op als echte dierenliefhebber. Ze lokte ze en gaf ze namen. Bij de grote supermarkt kochten we brokjes voor kittens. Ze waagden zich steeds dichterbij en kwamen nieuwsgierig snuffelen. Elke avond kwamen ze langs. Toen er van de week een man langsliep met twee grote honden, schoten de beestjes alle kanten op. Sindsdien hebben we de kittens niet meer gezien. Alleen de egel. Die lust ook kattenbrokjes…

De gevaren van de zee

Het is warm. Ik hang op mijn strandstoel met “Eus” en kijk tussen het lezen door over mijn bril naar de zee. Van rechts stuitert een jongen het strand op. Hij is een jaar of 8, zijn haar is iets te lang. Hij draagt een knaloranje zwemshort en gele waterschoenen. Hij rent naar de stranddouche die nog aan staat, gaat er onder staan en roept “hij staat nog aan, zonde van het water!” Achter hem komen zijn zusje met een enorme zwemband met zeemeerminnenstaart en de papa met de handdoeken het strand op. Terwijl papa de handdoeken netjes neerlegt en zijn waterschoenen aantrekt, staan de jongen en zijn zusje naar de zee te kijken. De zwemband om de middel van het meisje. “Ik ga hier niet de zee in hoor! Ik zie hier allemaal waterslangen!” roept hij luidt naar papa. Ondertussen houdt hij zijn zusje stevig vast. Haar blik gaat zoekend over het water. Als papa zijn waterschoenen aan heeft, komt hij ook. Hij constateert dat de waterslangen vertrokken zijn, of dat het mogelijk zeewier is en gaat de zee in. Het zusje gaat mee. De jongen blijft aan de kant. Hij kijkt wel uit…. Papa gooit hem een bal toe: “vangen Sam!” Sam kan de bal net vangen zonder in het water te vallen. Haastig gooit hij de bal terug. Het spel gaat door. Ze gooien over met de bal: papa en Sam. Dan moet Sam het water in om de bal te pakken. Hij kijkt goed waar hij loopt, gooit de bal en struikelt achteruit. “Oh nee! Er zit een haai in mijn schoen! Een haai! Aan mijn voet!” Hij deinst achteruit en trekt de schoen uit. Er valt een kiezeltje omlaag en er loopt een krabbetje langs. “Een krab! Papa, een krab! Een hele grote!” Papa komt kijken en ziet de kleine krab net weg schieten. Het zusje van Sam is ondertussen aan het zwemmen. De zeemeerminnnenzwemband ligt vergeten op het strand. Sam klimt erop, zijn voetjes op de band, zodat ze het water niet raken. Hij kijkt goed om zich heen, zodat hij alle gevaren van de zee goed in de gaten kan houden. Waterslangen, haaien en krabben…

Na een minuut of 10 gaan papa en het zusje het water uit. Sam verlaat de zwemband. Hij gaat onder de stranddouche met zijn zusje en vertelt haar wat zij moet doen: hoofd eronder, goed onder je oksels wassen, ook de voorkant… ze gehoorzaamt onder gemopper. Dan is Sam aan de beurt. Hij houdt zijn hoofd weg bij de straal, maakt met zijn handen zijn oksels een beetje nat en stapt opgelucht onder de douche vandaan. Papa verzamelt handdoeken, zwemband en kinderen en ze vertrekken. Sam voorop. Morgen is hij misschien gewend…

Op vakantie naar….

Het is al weken warm tot zeer warm weer. De rapporten zijn geschreven en mee naar huis gegeven. De laatste oudergesprekken gevoerd, de overdracht gedaan. Alle kasten, tafels, stoelen en vensterbanken zijn gesopt. En de kinderen zijn moe. De juf is ook moe trouwens. Het is de laatste dag van het schooljaar en de zon schijnt flink. We zitten in de kring en bespreken wat we gaan doen in de vakantie. “Uitslapen en in je pijama filmpjes kijken op de IPad” en “naar de bioscoop” en “naar het zwembad” en “op vakantie naar….”

Ik zet het Digibord aan, zoek Google Maps op en heb de aandacht. Een aantal maanden geleden hebben we de schoolomgeving via Google maps verkend, wat huizen opgezocht etc. We kijken waar Nederland is en ik vraag wie er nog een land herkent. De betrokkenheid is groot, ik hoor Frankrijk, Spanje en Italië. De kinderen wijzen elkaar aan waar de verschillende landen liggen. Na een paar minuten wordt het rustiger en beantwoorden we elkaars vragen: “waar ligt Texel?” “Waar is Aruba? Ik ben daar geboren?” Waar is Sicilië?”

Één van de meisjes wijst naar Frankrijk: “ik ga weer hier op vakantie. Daar was ik vorige jaar ook, maar toen op een andere plek. ” Een ander meisje reageer blij verrast: “ik ga ook naar Frankrijk! Misschien kunnen we elkaar wel zien. Ga jij ook naar de camping?” Het eerste meisje kijkt vertwijfeld: “nee…in een huisje met een zwembad. Maar als jij vlakbij de ‘Carrefour’ bent, dan ben je wel dichtbij waar ik vorig jaar was. Ze komen er niet uit. Het verschil in begrip van de wereldkaart is groot. De één begrijpt dat Frankrijk heel groot is, de ander echt nog niet. En dat geeft niet, ieder ontdekt dingen op zijn of haar eigen niveau.

We zoeken Griekenland op, Kroatië

en België. Dan vraagt Tim: “kan je Australië opzoeken? Mijn moeder heeft de auto al ingepakt. We vertrekken straks gelijk en dan blijven we daar een week!” Nu is het mijn beurt om vertwijfelt te kijken. Hij blijft echter bij zijn vraag, dus draai ik de virtuele aardbol om en kijken we vol ontzag naar Australië, waar het droog is en waar kangoeroes leven. En waar Tim vanmiddag naar toe gaat. Of niet…

Om 12 uur wensen we elkaar een fijne vakantie: tot in het nieuwe schooljaar!

Plannen maken

Dochter heeft een fijne leuke groep vrienden om zich heen verzameld. Ze strooit met namen en omdat we ze regelmatig langs horen komen, beginnen we ze te herkennen: “oh, dat is dat meisje dat dichtbij school woont en die jongen heeft een scooter…” Regelmatig bezoekt ze feestjes of een voorstelling van deze of gene. Omdat ze niet in haar woonplaats naar school gaat en wij ‘strenge’ ouders zijn, rijden we regelmatig heen en weer om haar te brengen en/of te halen. Een 15-jarige alleen op de fiets door een bos of een recreatiegebied midden in de nacht zien we niet zitten. Dan maar streng…. Om van de nood een deugd te maken, rijdt er vaak iemand mee. Op die momenten geniet ik van de belangrijke zaken die pubers bespreken op de achterbank. Wie met wie ‘heeft’, wie met wie ‘had’ en wie er verliefd is. Het zijn ook de momenten waarop mijn respect voor docenten op het VO stijgt. Je moet als docent echt wel ongelooflijk leuk zijn, wil je goedgekeurd worden door mijn 15-jarige Dochter en haar vriend(in)en.

Einde van het schooljaar nadert en plannen worden gesmeed. Dat betekende dat ik vorig jaar mee mocht naar Walibi, door de dames zelf geregeld. Dit jaar zijn de plannen groter. Er moet gekampeerd worden. Drie hele dagen en twee nachten. Ik luister mee terwijl ze moppert over slechte communicatie en ‘te ver’ weg, dan wel ‘te dichtbij’ (iemands achtertuin is niet écht kamperen) tot het moment van zwijgen. “Ik zeg even niets meer, ze zoeken het zelf maar uit!” ze zet haar telefoon uit. We horen niets meer en ik begin te vermoeden dat het niet lukt de plannen concreet te maken. Maar ineens zegt ze, tijdens het eten: “we gaan drie dagen. Naar een camping een uur fietsen hier vandaan. De moeder van P. brengt onze spullen. Één keer gaan we koken (K.heeft een gasstel) en één keer uiteten. De camping is gereserveerd. Ze stuitert op haar stoel van ingehouden spanning.

Het grote loslaten is begonnen…

Eindelijk 15

Dochter is jarig geweest. Ze werd eindelijk 15. Dat komt na “eindelijk 14” en voor “als ik eindelijk 16 ben”. Omdat “eindelijk 15” reden is voor een feestje, plande ze dat in, de kalender op tafel, telefoon in de hand. Het leek nog niet zo makkelijk een geschikte datum te vinden, want april is een populaire verjaardagsmaand en meerdere vrienden en vriendinnen claimden een vrij- of zaterdag om hun 17e of 16e verjaardag te vieren.

We kwamen uit op een zaterdag in mei. Dochter maakte vliegensvlug een appgroepje aan en noemde deze: “LET OP!” Dat was succesvol. Ze had gelijk de aandacht en wachtte even met het plaatsen van de uitnodiging, genietend van de reacties die binnenkwamen. “Wat is er aan de hand?” “Waarom zeg je niks?” “Ze typt niet” “Hoezo?” “VERTEL!”

Daags voor haar feestje, sleepte ik flessen sinas en cola naar binnen, samen met zakken chips en bedachten Man en ik dat we eigenlijk niet zoveel zin hadden om thuis te blijven en boven te zitten wachten. We gingen samen naar theater en lieten de feestgangers achter in huis. We hadden een leuke avond met Britse popmuziek door de jaren heen en genoten van een onverwacht uitje. Om 23.30 uur waren we thuis, een beetje benieuwd wat we daar aan zouden treffen.

De bank zat vol en op de grond lagen ook nog wat gasten. De televisie stond aan en een levensgrote teddybeer zat op een stoel mee te kijken. De sinas vloeide rijkelijk en op tv speelde…..het songfestival.

We schonken onszelf een plastic bekertje cola in en keken ietwat vertedert naar het stelletje tieners dat het songfestival van commentaar voorzag en zich kostelijk vermaakte.

Kom van dat dak!

Ze doet het nog steeds: draaien, wiebelen, bewegen. Toen we naar de bioscoop gingen zat ze te trillen met haar been en ging de hele rij stoelen heen en weer “oh sorry”. Als we in de winkel staan te wachten, tikt ze ongeduldig op de toonbank. In de rij voor een evenement staat Dochterlief te zingen en maakt daar de nodige bewegingen bij. Dat levert haar altijd commentaar op en ze is er altijd weer wat verbaasd onder. “Nee, ik doe niet mee aan de voice kids en ook niet aan het songfestival”. Waarna ze een beetje ongemakkelijk wegkijkt. Meestal zeggen mensen dan nog iets als: “fijn dat je zo vrolijk bent!” of “wat heerlijk om naar je te luisteren”. Die complimenten kan ze niet zo goed ontvangen. Want ze zingt en beweegt op dat soort momenten niet om mensen te vermaken, maar omdat ze op deze manier prikkels reguleert.

Gisteren klommen we via allerlei steigers en trappen de grote kerk op. Het evenement heet “klim naar de hemel” en zo voelde het wel een beetje. Zo hoog… en alles kraakte. Dochter vermaakte zich uitstekend en keek regelmatig naar beneden om vast te stellen dat “als je valt, er niets van je over is.” De trap en de steigerdelen zijn niet dicht, dus ik kon er doorheen kijken naar beneden, wat ik angstvallig vermeed, zeker op het dak van de kerk. Een lang recht stuk leidde ons naar de kerktoren, waar ik me vasthield aan de reling en voorzichtig naar het adembenemende uitzicht keek. Ik kon de duinen zien! Zoon maakte een foto van een groepje mensen en Dochter hing over het randje met haar telefoon in de hand om foto’s te maken van het uitzicht. Ik hield me stevig vast. Klaar met foto’s maken, huppelde ze wat rond, bekeek het lange rechte stuk wat lijkt te balanceren op het dak van de kerk en kreeg daar een geweldig idee: “Ik ga hier een radslag maken, bovenop de kerk!” Ze keek me stralend aan. Ik hield de reling nog iets steviger vast en zei dat het niet mocht. De mensen om haar heen glimlachten.