De kleine meid

Ik sta bij de deur van de klas, voor me een rij kinderen twee-aan-twee met de jassen aan: klaar om buiten te gaan spelen. Ze popelen, de 4-jarigen. Buitenspelen is fijn en er zijn fietsjes en stepjes, er is een klimrek en een glijbaan en je kunt voetballen. Kleine meid houdt mijn hand klemvast. Samen lopen we naar buiten. Over haar dikke wintertrui draagt ze een dikke winterjas. Haar blik is ernstig. Ze gaat in de rij staan bij de schuur, maar wanneer ze geen fietsje weet te bemachtigen, pakt ze mijn hand weer. Samen wandelen we rondjes over het plein, haar klein handje in de mijne, ze zwijgt. Eigenlijk zwijgt ze de hele dag. Ze is de taal niet machtig. In haar ogen kan ik zien dat ze veel heeft meegemaakt. Als je vier bent en hebt moeten vluchten, in kampen bent geweest en het heel koud hebt gehad, honger en angst kende….wat doet dat met je? Ik kan het zien, ik kan het bedenken maar HOE het was, dat weet ik niet. 

Samen lopen we rondjes over het plein. Af en toe kijkt ze me aan en schenkt ze me een klein glimlachje. Ik lach terug. Terwijl ik even in gesprek ben met een collega, hoor ik de kleine meid zachtjes zingen: het liedje van de dagen van de week klinkt heel zacht door. Ze merkt dat we luisteren en houdt snel haar mond. Samen lopen we opnieuw een rondje over het plein. 

Na een week gaat ze haar plekje in de groep opeisen. Dat ze op haar beurt moet wachten, is iets wat ze echt niet begrijpt en haar enthousiasme is zo hartverwarmend dat ik er even niets van zeg: het komt wel! Deze lach, deze vreugde is zoveel meer waard dan een norm. Ze volgt me niet steeds meer overal als een kleine schaduw en durft ineens te spelen in de huishoek, waar ze haren van de pop borstelt en daarna tevreden zegt: “mooi!” Ik beaam.  

Vanmorgen kwam ze bij me zitten toen ik met een ander meisje een spelletje speelde met tellen en getallen. Ze keek me verwachtingsvol aan zei uit volle borst: “1 2  3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21”. Ik denk dat ik nog trotser keek dan zijzelf. Met de telrij samen sprak zij zoveel levenslust uit… ze doet het zelf, echt, Ik neem alleen haar hand…

Opbrengsten

Wie heeft ooit bedacht dat scholen worden getoetst op het uitstroomniveau? Ik stel voor dat we dat vanaf nu anders gaan doen. We gaan bekijken of kinderen betrokken zijn, zich goed voelen op school, hun talenten hebben mogen ontdekken en of ze zelfvertrouwen hebben. Op welke wijze kinderen in het leven staan, of ze kritisch zijn, maar ook eerlijk, oprecht en respectvol. Is opbrengstgericht alleen gericht op niveau of hoort daar iets meer bij? 

Gisteren was ik met Opa, mijn vader, naar een optreden van Zoon op zijn MBO school. Samen met zijn klasgenoten richtte hij het podium in, verzorgde licht- en geluidstechniek en traden zij op met verschillende bandjes. Terwijl het geluid via de vloer door mijn hele lijf trilde, keek en luisterde ik een beetje ontroerd naar mijn Zoon de drummer. Uiterst geconcentreerd volbracht hij zijn taak, hield zijn mede bandleden in de gaten en drumde er vrolijk op los.  Na zijn optreden verlieten Opa en ik de zaal en complimenteerden we Zoon met zijn spel. Hij nam het graag in ontvangst en liet zich op de schouders kloppen door zijn klasgenoten. 

Waar die ontroering vandaan komt? Ik zie het kleine mannetje voor me dat als baby gebakerd werd omdat hij anders niet kon slapen, de dreumes die de kapper bij elkaar gilde, de peuter die in zijn onstuimige enthousiasme weleens wat onhandig was, de kleuter die de ene boze bui na de andere kreeg, het schoolkind dat bijna uit elkaar barstte van frustratie omdat het lezen niet lukte en hij in constante staat van overprikkeling was, het kind dat uiteindelijk naar het SBO ging en daar tot rust kwam. En het kind dat in groep 7 als voorlopig advies praktijkonderwijs mee kreeg. De jongen die in groep 8 bewees meer in zijn mars te hebben en een VMBO-bb advies kreeg, met leerwegondersteuning. De brugklasser die naar speciaal onderwijs ging voor de eerste twee jaar van zijn VO carrière en daarna naar het reguliere VMBO vertrok om daar zijn kb diploma te behalen. Het kind waarvan het pad door het onderwijs niet het makkelijkste was, het kind dat zoveel kwaliteiten en talenten heeft, maar dat door zijn extreem zware dyslexie en zijn andere manier van leren niet goed tot zijn recht kwam. Mijn kind, mijn Zoon die het zo naar zijn zin heeft op het MBO, waar hij kan doen wat hij het allerliefst doet en waar hij zijn talenten kan laten groeien en ontwikkelen. Het kind dat gelooft in zichzelf en een doel voor ogen heeft. Mijn autonome, hardwerkende kind.

Daar stond ik dus, luisterend naar heavy metal, terwijl ik ondertussen een traan wegveegde. 

Een pleidooi voor goed onderwijs aan alle kinderen zodat zij zich kunnen blijven ontwikkelen. Laat dat het doel zijn. En niet het behalen van een zo hoog mogelijk niveau.

Nieuw 

Mijn eerste week op een, voor mij, nieuwe school met nieuwe collega’s, een ander gebouw, nieuwe ongeschreven regels en nieuwe geschreven regels en nieuwe ouders en nieuwe kinderen. Ik deed wat ik altijd doe als iets nieuw is voor mij: ik observeer. Ik bekeek en beluisterde en hoopte dat ik op deze manier alles me snel eigen zou maken. Ik heb altijd haast en hoop dan dat ik snel ingeburgerd ben, zodat ik me thuis voel en mijn eigen gang kan gaan en iets kan toevoegen aan een team. 

Op mijn vorige school, dronken we ’s morgens voor de kinderen kwamen samen een kop koffie (achtige substantie). Samen de dag beginnen vond ik eigenlijk altijd wel prettig. Dus stond ik op mijn nieuwe werkplek om 8.10 uur bij het koffiezetapparaat. Alleen. Er kwam iemand binnen, tapte koffie in en verdween even snel weer. Ik maakte een innerlijke notitie: hier wordt niet samen aan de dag begonnen. Tijdens het buitenspelen zocht een collega op, om een praatje mee te maken. Zo deed ik dat op mijn vorige school ook. Maar dat was hier niet de bedoeling: we verspreidden ons over het plein om alle kinderen in het vizier te houden en bij te staan. De bel ging trouwens ook precies na 15 minuten. Ook dit alles sloeg ik op. Toen om 14.30 uur de kinderen naar huis gingen, ruimde ik op, keek ik na en besloot ik in gevecht te gaan met het kopieerapparaat. Daarvoor moest ik langs de koffiekamer en toen ontdekte ik dat het team zich daar verzameld had om samen koffie of thee te drinken. Dat gebeurde op mijn oude school (bijna) nooit. Ik ging er bij zitten met een kopje thee en sloeg ook dit op om te onthouden. 

Aan het einde van de week, mocht ik juf zijn van groep 1: de groep die ik tot de zomervakantie mag draaien op donderdag en vrijdag. Ik was al een keer wezen kijken en had daarom al een en ander opgeslagen, zodat ik zo veel mogelijk hetzelfde zou doen als mijn duo. De kinderen druppelden binnen. Zo ook R. een klein meisje van net 4, gevlucht uit Syrië, de Nederlandse taal niet machtig. Haar bruine ogen keken me recht aan. Ze nam plaats op haar stoeltje in de kring en bungelde met haar beentjes. Onderwijl keek ze. Ze keek en keek en keek. De gewoontes had ze gedurende de eerste dagen al opgepikt en dat gaf haar duidelijk een gevoel van veiligheid. Ze draaide daarin dapper mee. Tijdens speeltijd, week ze niet van mij zijde. We hebben samen gepuzzeld, getekend en gekleid. Hele emmers klei hebben we verwerkt tot rolletjes en poppetjes, ondertussen kijkend naar de andere kinderen die spelend hun weg kozen en contact maakten met elkaar. Ik kan me niet voorstellen wat dit kleine meisje meegemaakt moet hebben, wat ze gezien heeft en gevoeld. Maar dat nieuw in een school zijn tijd kost, dat begrijp ik volkomen. 

Niet Vlekjes-loos

Vandaag mocht ik voor groep 5 staan. Een kleine, sociale groep. Ik kende de kinderen niet en gelukkig had de leerkracht een plattegrond gemaakt, zodat ik kon lezen hoe de kinderen heten. Prachtige namen, waarvan ik een aantal nog nooit gehoord had. Ik moest ze een paar keer lezen en uitspreken om ze te kunnen onthouden. De kinderen waren rustig binnen gekomen en pakten hun boek om te lezen. Het was stil. Ik zette de timetimer en liep een rondje. Een enkeling gluurde omhoog als ik langs liep en een jongen vroeg me of ik zijn zusje kende: ‘ze zit in groep 1, juf!’  Hoewel de meester het rooster flink volgepland had, besloot ik toch wat tijd te nemen om me na het lezen voor te stellen. Zo ‘hup’ beginnen met lesgeven leek me ook zo raar. Dus noemde ik mijn naam, vertelde ik dat ik vanaf vorige week de juf ben ik groep 1 en vroeg ik wat zij van mij wilden weten. Ik zag kinderen omhoog schuiven op hun stoel en en merkte op dat de interesse gewekt was. Een aantal kinderen stak een vinger op. Van te voren had ik eigenlijk niet goed bedacht wat zij me zouden kunnen gaan vragen en een beetje nieuwsgierig naar wat ze graag wilden weten, was ik wel. “Heeft u huisdieren?” luidde de eerste vraag. Nou, dat was een makkelijke…. ik weidde uit over het konijn dat in onze tuin woont omdat we allemaal allergisch zijn. Ik maakte me op voor de volgende vraag. “Hoe heet je konijn?” Goh…nou ook die kon ik goed beantwoorden. Vlekje kreeg nog nooit zoveel aandacht als vandaag. Ook de derde vraag kon ik met gemak beantwoorden: “hij is wit met zwarte vlekjes”. Toen er echt geen vragen meer te bedenken waren over zwart/wit gevlekte Vlekje in zijn hok-met-ren in de tuin, besloot een meisje dat ze mijn leeftijd graag wilde weten. “44?!! Mijn moeder is 28!” en mocht ik vertellen of ik kinderen heb. “Een zoon van 17 en zo groot (ik wees ergens boven mijn hoofd) en een dochter van 13”. Een van de jongens vertrouwde me toe dat zijn zus ook 13 is. Hij straalde toen ik hem vroeg of ze ook zo chagrijnig kon zijn, net als Dochter. “Echt wel!” Na mijn woonplaats : “Hee, daar woont mijn nichtje ook!”. Moest ik toch echt starten met de rekenles, anders kregen we het drukke programma nooit af. We rekenden, deden aan taal en begonnen net aan spelling toen ineens iemand riep dat twee kinderen eigenlijk net omgekeerd moesten zitten van de meester. Ik inspecteerde de plattegrond en constateerde dat het volgens de plattegrond inderdaad andersom moest. Het tweetal keek wat beteuterd en aantal kinderen besloot dat ze zich ermee moesten bemoeien. Ik liet ze ruilen van plaats en om de boel te sussen en niet in te gaan op het ‘welles-nietes’ spel dat de andere kinderen gestart waren, gaf ik het paasontbijt de schuld: daarna ben je per ongeluk zo gaan zitten. De twee knikten me opgelucht toe en de les kon door.  Na spelling vierden we een verjaardag. Ik bewonderde het jarige meisje op de stoel en vierde uitbundig. Want zo doe ik dat bij verjaardagen. De jarige Jop straalde. Natuurlijk wist ik niet dat er maar 1 kind mee mocht de klassen rond en dat dat pas aan het einde van de dag mocht, dus sprong de jarige en haar gevolg dankbaar in het ontstane ‘gat’ en besloot dat zij twee kinderen meenam om gelijk de klassen rond te gaan. Ze werd gelijk teruggebracht door de juf van groep 6, die mij op de hoogte bracht van de schoolafspraak. Drie verontwaardigde, maar toch ook wat schuldbewuste meisjes kwamen met traktatie de klas weer binnen. Hoewel ik best genoot van het sociale groepje, was ik blij even een half uurtje pauze te kunnen nemen en te eten. Daarna gingen we door voor het knutselgedeelte: Moederdag. Een bloem moest het worden. Iedereen had er zin in. Hoewel de kinderen druk waren en er gelopen werd en door elkaar gepraat, was de sfeer goed, hielpen de kinderen elkaar en was iedereen trots op de bloem die ze maakten. Ik kon niet anders dan ook trots zijn. Ineens was het tijd en ruimden we samen op. Ik had een fijne dag, maar besefte me ook dat het vast rommeliger was dan bij de meester en dat ik zeker niet alles vlekkeloos had laten verlopen. Ik gaf bij de deur de kinderen een hand en kreeg van de jarige Jop een dikke knuffel: “ik zou willen dat je elke dag mijn juf was! Je bent zo lief!”

Hoewel rommelig en bepaald niet vlekkeloos: een fijne dag! 


Dag school!

Twee armpjes om mijn middel, een hoofdje tegen mijn buik, de handjes klemvast. “Waarom ga je nou weg, juf?” Ik aai over het donkere haar en benoem haar onmacht: “flauw hè!”. Twee bruine ogen kijken me aan, ze knikt en laat me niet meer los. Ik houd haar even stevig vast. We zwijgen samen, zij zuchtend. Afscheid nemen doet pijn. 

Zestien jaar geleden kwam ik werken op deze school. Er is veel gebeurd en veel veranderd. Ik heb veel gedaan en nog veel meer geleerd.  Na groep 3, kleuters, groep 4 en opnieuw groep 3, is de cirkel rond en is het goed om ergens anders verder te gaan. Dus nam ik afscheid, van mijn lieve groep 3-ers, van alle kinderen van de school, de ouders en de collega’s. Het was hartverwarmend en ik was overdonderd door zoveel mooie en lieve woorden, briefjes, tekeningen en cadeautjes.

Ik nam afscheid van de routine, de gewoontes, de vertrouwde school waar ik blindelings de weg weet. Het koffiezetapparaat dat alleen vieze koffie kan zetten, het magazijn dat 15 jaar lang een ongelooflijke rommel was (en sindskort heel netjes is), de school waar de toneelzolder is verbouwd, het asbest is verwijderd (en ik twee maanden met de kleuters werd ondergebracht in een andere school), de school waar collega’s kwamen en gingen en sommigen al heel lang werken.  Die school… de plek waar ik heb gehuild, gelachen, genoten en gestampvoet. 

Dag school in het bos. Dag lieve collega’s, ouders en kinderen. Ik ga….


Rustig en gewoon

Groep 3 zit in de kring en ik sta bij het whiteboard met een stift. We hebben het over gevoelens. Terwijl de kinderen benoemen welke gevoelens ze kennen, schrijf ik ze op en teken er smileys bij. Ik waag een poging zichtbaar te maken wat zij bedoelen: blij is met een lachende mond en ronde oogjes, bij verdrietig moet je de mondhoeken een beetje omlaag doen enz. We denken na over andere gevoelens: teleurgesteld, sip, opgewonden, gestressed, hyper… er zijn er best veel te noemen. De kinderen weten goed te omschrijven wat ze bedoelen. Terwijl ik een stuiterende smiley voorzie van de omschrijving: Opgewonden en hyper, vertelt Bart over zijn moeder: “ze is altijd gestressed. Dan komt ze weer te laat, of is ze iets vergeten of moeten we nog iets doen….” Veel kinderen hebben gestreste moeders, weet ik even later. Maaike weet wanneer ze zich hyper voelt: “als ik bijna jarig ben! Of als ik morgen op vakantie ga!” Het wordt herkend door de andere kinderen. Ik vraag of sip en verdrietig hetzelfde zijn. Dat is niet zo, is de algemene mening. “Bij verdrietig heb je tranen en bij sip voel je de tranen hier…” Joppe wijst naast zijn ogen. Op mijn vraag of je alleen bij verdriet tranen hebt, wordt wisselend gereageerd. Maaike heeft ook weleens tranen als ze boos is, of als ze teleurgesteld is. Dat wordt weer herkend door Anna: “als ik met iemand wil spelen en het mag niet!”.

Ook rustig en gewoon worden genoemd als gevoelens. Ze lijken wat lastiger te omschrijven en toch weet iedereen wat er mee wordt bedoeld. Bij navraag voelt iedereen zich soms gewoon en soms rustig. “Soms voel ik me zo rustig, dan voel ik weer die tranen hier. Dat komt meestal in mijn bed. Als ik alleen ben en heel veel in mijn hoofd heb. Dan ga ik diep nadenken en voel ik ze.” Het is even heel stil. Maaike legt haar hand op de arm van Joppe en ik hoor haar verwonderd vragen: “heb jij dat ook?” Ze kijken elkaar even aan. En ik geniet van dit moment van verwondering en verbinding.

Volgen of laten volgen?

Basisonderwijs is nogal negatief in het nieuws geweest de laatste tijd. Zo kwam het bericht langs dat dyslectie het gevolg zou zijn van slecht spellingonderwijs en vandaag hoorde ik op de radio dat ‘we’ het slecht doen als het gaat om onderwijs aan jongens en dat zij daarom lager scoren op Cito’s dan de meisjes. Met name het laatste triggerde me. Ik hoop eigenlijk dat het niet gericht is op ons, ‘de juffen’, maar op ‘het onderwijs’. Het onderwijs waarin scores belangrijker lijken te zijn dan ontwikkeling. Als jongens iets anders nodig hebben dan meisjes om zich optimaal te ontwikkelen, waar ik overigens van overtuigd ben, kunnen we toch niet alle kinderen over  één kam scheren en langs dezelfde meetlat houden? 

In de levendige groep van een collega ontdekte ik achterin het lokaal een dik touw aan het plafond bevestigd, daarnaast een boksbal, een stepapparaat en nog een aantal bewegingsmogelijkheden. Daarvoor staan de statafels: om staande aan te kunnen werken. Naar behoefte mogen ze hier gebruik van maken. En raad eens…het brengt rust. Echt. 

Op welke wijze helpen wij kinderen een stap verder in hun ontwikkeling? Door ze te volgen of door ze te laten volgen?